|
Werking en montage van de SOLEX koppeling (door Joan
Majoor)
De Solex OTO en 3800 zijn
uitgerust met een automatische koppeling.
Afhankelijk van de staat en van het type zal de Solex
meer of minder blijven "rukken"
bij stilstand en stationair draaien.
Het kan zeer goed zijn dat hij niet genoeg vrij komt bij
stilstand met als resultaat dat de carborundum rol een
gleuf in je band gaat graven.
Hoewel er over de werking is nagedacht is de koppeling
moeilijk zo te krijgen dat hij echt vrijloopt.
De werking
Bij het type OTO en 3800 is de carborundum rol niet meer
vast aan de krukas gemonteerd, maar hij kan hier vrij
omheen draaien. Door de jaren heen zijn er verschillende
uitvoeringen
van de carborundum rol gemaakt. Veel voorkomende types
zijn die met twee kogellagers
in de bus van de rol, alsook met 1lager aan de
koppelingkant en een glijlager aan de carborundumkant.
Om een vaste verbinding met de krukas mogelijk te maken
is er een koppeling aanwezig.
Op de Bus met carborundum is daartoe een soort
schoensmeerblikje geperst (dat is de enige manier waarop
hij vast zit), dit is de koppelingtrommel. De
constructie is zodanig dat het koppelingscarter blijvend
opgesloten zit tussen de rol en de trommel. Met behulp
van speciale bussen zijn deze onderdelen wel te scheiden
maar meestal is dat niet echt nodig.

In de koppelingstrommel zit het mechanische gedeelte van
de koppeling. (zie foto, op de foto is met pijlen de
rotatie van de koppelingstrommel ten opzichte van het
mechanisme aangegeven zoals die plaats vindt bij het
aantrappen)
Het mechanische gedeelte bestaat uit een dragerplaat
(die schroef je aan de krukas) waaraan twee
vlieg-gewichten zijn gemonteerd (code “V” op de foto)
die onderling met 4 veren zijn verbonden (2 aan de
voorkant en 2 aan de achterkant, zie op de foto bij de
“opengevouwen” koppeling de rood gemaakte veren).
De vlieggewichten drukken,dankzij de veren, ieder tegen
een arm waarin de friktieplaatjes liggen (noem ik steeds
“zool”).
Bij stilstaande motor drukken de vlieg-gewichten door
middel van een nok (code “N” op de foto) de
tegenoverliggende arm tegen het koppelingshuis. Op de
foto is de positie van nok tegen vlieg-gewicht
aangegeven met een rode punt. Dit geeft genoeg wrijving
om de motor te kunnen starten.
Is de motor gestart dan zorgt de centrifugale kracht
ervoor dat de vlieg-gewichten een beetje naar buiten
komen, tegen de veerdruk in. Ze drukken dan de armen
niet meer tegen de koppeling (dat doen de armen nu zelf
wel want ook zij ondergaan de centrifugale kracht).
De koppeling loopt nu "vrij".
Bij verhoging van het toerental komen de vlieg-gewichten
nog verder naar buiten, nu drukken ze met hun lichaam
tegen de aan hun eigen kant liggende arm en bekrachtigen
zo de koppeling.
Het geheel is een zeer labiel evenwicht van toerental,
onderdeel gewicht, veerspanning en
friktieplaat wrijving.
Ik ken verschillende typen vlieggewichten en veren, ook
zijn er (minstends) twee verschillende trommeldiameters
(83 en 85 mm) en 2 diktes in zooltjes 4mm (of 4.4) en 5
mm, kennelijk is er door de ontwerpers ook al mee
ge-experimenteerd.
Wat ook niet helpt is het type carburateur dat is
gemonteerd. Bij "gas dicht" hebben veel
types een opening naar buiten toe waar valse lucht door
wordt aangezogen.
De Solex gaat dan meestal hoger in toeren lopen, wat
niet echt lekker werkt op de koppeling.
Ik heb dit carburateur "truukje" nooit begrepen (anders
dan om "verzuipen" tegen te gaan) en kan er ook geen
waardering voor opbrengen.
Demontage & Montage
Verwijder de vliegwielkap en de koplampkap
Verwijder het vliegwiel (Op de manier zoals door Solex
bedacht dus de moer losdraaien
met het “3 schroefs” dekplaatje gemonteerd op het
vliegwiel)
Verwijder de ontstekingsgrondplaat (2 schroeven M6 aan
de spoelenkant en 1 schroef M6
aan de andere kant loshalen)
· met bv een 3 poots trekker om de grondplaat heen
· of met de speciale Solex trekker die vastklemt onder
de spoelen
· of door draadeinden te draaien in de gaten van de
spoelenbouten (verwijder dus je spoelen) en met een juk
over de kruktap heen
Leg een ringsleutel 21 over je krukas heen of een korte
stevige bougiesleutel, monteer je vliegwiel weer zodat
je je krukas tegen kan houden. ( ik ben er geen
voorstander van om de krukas blokkerbout te gebruiken je
kunt ook een speciale sleutel maken van een oud
vliegwiel TIP: Peter Vennix )
Draai nu de borgmoer los. Verwijder je vliegwiel weer en
haal het koppelingsmechanisme uit de trommel.
Let op dat je de vulring achter het koppelingsmechanisme
niet vergeet, als je hem kwijtraakt kom je in de
problemen bij montage, je drukt dan je
koppelingsmechanisme klem tegen
de bus waarin de lagering van de rol zit.
Je kunt nu volop aan het koppelingsmechanisme werken.
Wil je lagers vervangen of inspecteren of andere
werkzaamheden aan de
unit bestaande uit koppelingstrommel / carterdeel / en
rol verrichten dan kun je deze ook nog verwijderen. De
unit is te verwijderen door
-
of hem met de hand los te
trekken wat in enkele gevallen lukt
-
of door draad M7 in de
boutgaten te tappen en dan met draadeinden M7 en een
juk op
de kruktap het carterdeel los te trekken
-
of door hem aan de voorkant
los trekken, een schroevedraaier tussen de gleuf (niet
bij het dunne gedeelte !!) en dan van achteren vanaf
het motorsteundraaipunt met een schroevedraaier los
wrikken
-
of met een driepunts
poelietrekker
-
of met een originele
solextrekker door de gaten in de koppelingstrommel
echter niet alle trommels hebben gaten, hier gaat
deze methode dus niet op
Montage geschiedt in omgekeerde
volgorde let daarbij op dat als je unit met carterdeel
is losgeweest je alle bussen en ringen weer monteert,
anders is de inbouwlengte korter dan je carter en gaat
je koppelingstrommel vastlopen op het tussencarter.
Vergeet ook niet eerst de vulring op je krukas te doen
voordat je het koppelingsmechanisme monteert. Door deze
ring te vergeten klem je je mechanisme vast op het
lagerhuis van de rol.
Zorg ervoor dat de armen van het mechanisme tegen de
klok in wijzen en dat de zooltjes in hun cupjes liggen.
Solex heeft op de armen een “ 0” of een “x” geslagen (vaak
heel vaag) dit teken
blijft dan zichtbaar.
De moer is weer aan te draaien met een sleutel 21, en de
krukas daarbij vast te houden
door het vliegwiel al te monteren (met zijn 2-en gaat
het beter).
Wat er fout kan gaan
De koppeling slaat vet: in principe kan het vet van twee
kanten komen
1 van het lager in de spoelenplaat, minst waarschijnlijk
want hier draait alleen de binnenring terwijl de
buitenring stilstaat in het carter, eigenlijk geen reden
om het vet eruit te slingeren.
Mocht het uit dit lager komen: het is een standaard maat
en eenvoudig te vervangen
(borgclip verwijderen en de kale spoelenplaat, dus
zonder spoelen, condensator, puntjes en
bougiekabeldoorvoer goed warm maken, het lager valt er
dan vanzelf uit.)
2 van het lager van de carborundumrol, meest
waarschijnlijk en ook meest problematisch.
Dit lager draait met het toerental van de motor in de
rondte, veel kans om het vet eruit te slingeren. Zeker
als de koppeling veelvuldig “stationair” gebruikt wordt
is de kans zeer groot omdat dan de koppelingstrommel
zeer heet wordt ( ik heb blauw verbrandde trommels
gezien) Deze hitte wordt doorgegeven aan het lager
waardoor het vet smelt en nog makkelijker naar buiten
komt.
Constructief gezien is het lager zeer moeilijk te
verwijderen (alleen ontworpen om gemonteerd te worden,
service ho-maar) en bovendien van een speciale, niet
gangbare,
Solex maat (informatie van Peter Vennix).
Gemonteerde maten zijn: 32 x 17 x 8 voor het buitenste (zichtbare)
lager met code 440090 (op de dichtlip staat 61.903 RS1)
en 30 x 17 x 8 voor het binnenste lager met code 440059
(ook hier staat 61.903 RS1 op de dichtlip). Dit lager is
te leveren onder de code 61903 2RS met een breedte van 7
mm,
met vulringen en een verloopbus is deze dan ook als als
vervangingslager voor het buitenste lager te gebruiken (informatie
INA te Barneveld)
Ook SKF in Veenendaal levert dit lager maar dan onder de
code 61903 2RS1
Overigens heeft het type met 1 kogellager en glijlager
wel een standaard codering, echter dit is een lager met
”Z” code, deze zijn niet al te best in hun afdichting.
Dit lager heeft de afmetingen 35 x 17 x 8 en de code
“16003 Z” bij vervanging is het beter te kiezen voor een
“16003 ZZ” (informatie INA te Barneveld)
SKF in Veenedaal levert hem zelfs niet meer als Z maar
uitsluitend nog als 2Z.
Met een speciale bus (te maken in draaibank) om af te
steunen op het uiterst dunne randje van de lagerzitting
en een “doorn” door de binnenringen van de lagers heen
is het verwijderen van de lagers goed te doen. Niet
afsteunen op de koppelingstrommel, anders verschuift
deze over de bus van de carborundumrol.
Er bestaat een zeer kleine kans dat het vet uit de
lagers de trommel “ingeblazen” wordt.
Dan moet er wel aan een paar voorwaarden voldaan worden.
Het pasvlak van je grote “hoofd” kogellager in je
krukascarter tegen de krukaswang of tegen de vulbus aan
de andere kant moet beschadigd zijn en gas kunnen
doorlaten.
Dan moet de O-ring die in de krukas zit beschadigd zijn
en de andere pasvlakken
van de vulbussen tot aan de lagers van de carborundumrol
moeten wel gasdicht zijn.
Op deze manier is er de onwaarschijnlijke kans dat de
carterdruk zich voortplant naar
de lagers van de carborundumrol en zo het vet uit deze
lagers perst.
Door simpelweg een gat van 4 of 5 mm te boren in de
losse vulbus die binnen in de carborundumrol is
gemonteerd voorkom je drukopbouw.
De vulbus annex lagerbus van het rol type met het
glijlager en het enkele kogellager heeft al gaten,
echter hier kan de weerstand door het glijlager te groot
zijn om drukopbouw te voorkomen,
een groef in het glijlager kan dan nodig zijn. (of een
klein gaatje boren net naast de
flens waar de {losse} carborundumrol tegen
vastgeschroefd wordt)
(of zorg voor een perfekte O-ring in de groef van de
krukas )
De koppeling slaat vast:
-
Het is mogelijk dat de
zooltjes versleten zijn en zo dun geworden zijn dat
ze uit het bakje van de arm waar ze in liggen vallen
en zo klem raken tussen het mechanisme en de trommel.
-
De bakjes waarin de zooltjes
liggen zijn maar matig bevestigd aan de armen.
Een paar lipjes hebben een tik gehad met een scherp
voorwerp om ze wat uit te buigen.
Als deze bevestiging het opgeeft kunnen onderdelen
ook een eigen leven gaan lijden en de koppeling vast
laten slaan.
-
Er kunnen 1 of meer veren los
zitten, de centrifugale kracht wordt dan niet meer
voldoende
gecompenseerd en de koppeling grijpt veel te snel
aan.
Tip: in het oudere type mechanisme
zitten zware vlieggewichten met lichte veren.
De zwaardere veren van het nieuwe type zitten anders
vast en zijn niet bruikbaar.
Om de vlieggewichten meer in lijn te brengen met de
nieuwere idee-en over deze koppeling kun je het gat
opboren wat door de vlieggewichten loopt, en/of er een
paar gaten naast boren
(zet bij het boren je vlieggewichten dwars in een
bankschroef zodat ze niet los kunnen slaan en meedraaien
met je boormachine. Meedraaien kan erg zeer doen en veel
vernielen)
De koppeling wil absoluut niet meer pakken
-
Het is mogelijk dat de
perspassing tussen de trommel en de bus van de
carborundumrol het heeft opgegeven , de constructie
draait dan los om elkaar heen.
Een slippende trommel is te repareren door bv enige
3 mm gaatjes te boren (ook 3 m diep)door de
trommelwand heen tot in de wand van de lagerpassing.
Leg fietskogeltjes 3 mm in de gaatjes en sluit ze op
met een dunne pijp die los over de naaf van de
trommel kan schuiven.
-
De moer kan losgelopen zijn
waardoor de spanning van alle tussenbussen af is.
Krachtoverdracht van de krukas naar de koppeling
vind namelijk niet plaats doordat deze
middels een constructie met een spie is uitgevoerd
maar ook hier weer door wrijving.
Alle onderdelen die over de krukas heen geschoven
worden, worden door dat ene
moertje zo stijf op elkaar gedrukt dat de wrijving
op de pasvlakken net genoeg is om het
motorvermogen via de krukas over te brengen naar de
carborundum rol.
TIP: voor opvoerders, boor een
gaatje van 4 mm in je krukas op de plek waar de vulring
en koppelingsmechanisme komt om daar een rol van een
rollager in te kunnen laten zakken.
Boor het gat zo diep dat de rollager-rol net 2 mm boven
de krukas-tap uitkomt.
Vijl met een sleutelvijltje een ondiepe gleuf in je
vulring en in de dragerplaat van je koppelingsmechanisme.
Je verzekert je zo van een betere manier van kracht
overdracht.
Op de foto is aangegeven waar de remkabel voor het 1
kabelsysteem uit het gasmechanisme komt.
|